Wind mee voor windmolens op zee?

Wind mee voor windmolens op zee?

Nederland verduurzaamt. Hoewel verduurzaming begint bij het minimaliseren van het energiegebruik, krijgt het duurzaam opwekken van energie momenteel meer aandacht. Voor de opwekking van elektriciteit ligt hierbij de focus op duurzame bronnen als wind en zon.

Windmolens in de Noordzee is één van de belangrijke speerpunten in het ‘vergroenen’ van de Nederlandse elektriciteitsproductie die moet leiden tot een flinke CO2-reductie in deze sector. In het kader van het Wind op Zee-programma zal de capaciteit Wind op Zee tot en met 2023 uitgebreid worden tot 4450 MW. Voor de periode 2024 – 2030 staat nog eens 6100 MW gepland.

De Noordzee blijkt zich prima te lenen voor windmolenparken: de kustzone waar gebouwd kan worden is relatief ondiep, de bodem is zacht en maakt kabels gemakkelijk ingraafbaar, er bevindt zich veel industrie dicht aan de kust met een aanzienlijke elektriciteitsbehoefte en er is gedurende het hele jaar veel en regelmatig wind maar niet in orkaankracht. Bovendien is er wat minder last van maatschappelijke NIMBY-discussie (‘Not In My Back Yard’) dan bij windmolens op land.

Het ConsultancyHuis wil graag bijdragen aan de energietransitie en daarvoor verdiepen we ons in de verschillende aspecten van deze transitie waarvan ‘Wind op Zee’ er één is. Om die reden bezochten André Sliedregt en Saskia Wantia recent een presentatiemiddag van DutchPower in Utrecht, met de titel “Stopcontact op Zee”.

Een dergelijke titel wekt natuurlijk nieuwsgierigheid op, maar ook verwarring. Het betreft de transformatorstations op zee die de elektriciteit, opgewekt door de windmolens op zee, bundelen en van waar deze elektriciteit naar het land getransporteerd wordt. We kennen allemaal stopcontacten als iets waar stroom UIT komt, maar hier wordt er juist stroom IN gestopt. Het zijn overigens stopcontacten van een behoorlijke omvang: stel je een voetbalveld voor van zo’n 7 verdiepingen hoog!

Diverse bedrijven die zich bezighouden met windmolens op zee, presenteerden hun ontwikkelingen en dilemma’s op dit gebied. Netbeheerders, kabelmakers, kabelleggers, scheepswerven en adviseurs waren van de partij.

De overkoepelende term bleek ‘groter’ te zijn: De tien vergunde concessies van 350 MW werden vaak per twee afgenomen, zodat meer schaalgrootte ontstond en de ‘stopcontacten’ 1 op 1 gekopieerd konden worden. Verder neemt het vermogen per windmolen jaarlijks toe. Tiphoogten komen inmiddels ruim boven de 200 meter uit. Grotere windmolens vergen meer grondoppervlak, en staan noodzakelijkerwijs dus verder uit elkaar. Dit vergt ook langere en dikkere kabelverbindingen. Hiervoor zijn meer en zwaardere kabellegschepen nodig. Doordat benutbaar oppervlak dicht bij de kust steeds meer op raakt, zijn windmolens verder van de kust nodig, waardoor ze in een diepere zee geplaatst moeten worden, op hogere piles. De omvang van die piles neemt toe en de huidig gebruikte diameter overschrijdt nu al de 11 meter!

Het enige dat niet in deze race van meer, groter en zwaarder mee ging, bleek de prijsontwikkeling. Door het steeds verder teruglopen van subsidies zijn alle ontwikkelingen sterk kosten-gedreven geworden en dalen de (relatieve) kosten snel. Inmiddels zijn er parken die zonder subsidie ontwikkeld zullen worden. Waar vroeger de focus lag op het opwekvermogen (op basis daarvan werd immers de subsidie bepaald), verschuift nu de aandacht meer naar (financieel) rendement op het geïnvesteerde vermogen. Hierdoor is er veel meer aandacht voor levensduur en onderhoudsarm ontwerp.

Met de toename van de duurzame capaciteit op zee kan het productietijdstip van elektriciteit steeds minder beïnvloed worden. Eén van de kansen hierbij is het verleiden van de industrie om hun energiegebruik te matchen met de beschikbaarheid. Daarnaast kunnen andere (duurzame) bronnen van elektriciteit en opslagmogelijkheden uitkomst bieden. Eén van de mogelijkheden die hierbij genoemd werd, is het produceren van groene waterstof met het overschot aan duurzaam opgewekte elektriciteit op zee. Een dergelijke productiefaciliteit in de vorm van een aangelegd eiland zou nabij het windpark gecreëerd kunnen worden. De verwachting is wel dat dit pas vanaf 2030 echt op gang zal komen, omdat dan de opgestelde capaciteit en de daarmee geproduceerde volumes dusdanig groot worden dat omzetting van elektriciteit naar waterstof concurrerend kan worden.

Kortom, de eerste grote stappen zijn ingezet om veel gebruik te maken van (zee)wind, zonder te afhankelijk te zijn van diezelfde wind. Een juiste balans tussen productie, opslag en afname van elektriciteit blijft in de komende tijd echter cruciaal.

#windpark   #windenergie   #energietransitie

Saskia Wantia (06 1995 9234) en André Sliedregt (06 2269 6951) zijn als consultant werkzaam bij Het ConsultancyHuis , dat expertise van de energiesector dagelijks inzet onder andere om bij te dragen aan de transitie naar een duurzame samenleving. Het ConsultancyHuis ondersteunt o.a. energieleveranciers en netbeheerders met consultants die de business begrijpen en de verschillende marktrollen kennen. Wij nodigen u uit op  contact op te nemen wanneer u interesse heeft om hier meer over de weten.